Discipline - Field Target
Het doel bij field target is dat je het raakvlak van het Field Target raakt. Op de afbeelding hiernaast zie je een Field Target -- het "IJzeren Konijn". Als je de voorplaat raakt gebeurt er niets, maar als je het oranje raakvlak raakt, valt de hele constructie door een mechanische truc achterover: het doel "valt". Als het valt scoor je een punt, als het niet valt scoor je niets.Nadat het doel gevallen is, kan je het eenvoudig, door aan het "resettouw" te trekken, weer overeind zetten zonder dat je daarvoor de baan op hoeft.
Wat het interessant maakt is dat, op een Field Target-baan, de doeltjes op verschillende afstanden staan. Mede door het feit dat een luchtgeweer op wat grotere afstanden toch echt in een boogje schiet, moet je dus voor elke afstanden weten hoe je je richtpunt moet corrigeren, en het wordt nog interessanter wanneer de omstandigheden (wind) ook een duit in het zakje gaan doen.
Field Target-schieten is geen gehaaste discipline. Hoewel, door de grote deelname, de Britten en Amerikanen er wel toe zijn overgegaan om een tijdslimiet in te stellen, om te voorkomen dat iemand tien minuten een lane bezet houdt, maar twee minuten per lane is meer dan genoeg.
Het materiaal
Een Field Target-geweer moet een stukje harder schieten dan een 10 meter-wedstrijdbuks, al was het alleen maar om hard genoeg tegen het raakvlak aan te kunnen schieten om het doeltje sowieso te laten vallen. 225 meter per seconde, of 15 joule schotkracht, wordt ongeveer als het minimum gezien. Ter vergelijking: een 10 meter match-geweer schiet ongeveer rond de 150 meter per seconde.Omdat Field Target schieten nauw luistert, levert een terugslagloze buks een behoorlijk voordeel op (bij een terugslagloze buks blijf je tijdens en na de schotafwikkeling gewoon hetzelfde richtbeeld door de richtkijker houden, waardoor je precies kunt zien waar de pellet terechtkomt. Bij een niet-terugslagloos geweer ben je tijdens het schot door de terugslag het schotbeeld even kwijt, alsof je met je ogen knippert. Wanneer je weer door de kijker kunt kijken, is de pellet al ter bestemder plaatse) of daarnaast, daarboven of daaronder gearriveerd. Daarnaast is zuiver schieten met een terugstotende buks een stuk lastiger. Een goede schutter, die de techniek van het schieten met veerbuksen goed onder de knie heeft, kan, met een goede terugstotende buks zoals bijvoorbeeld de Air Arms TX200 of de Weihrauch HW97k, net zo zuiver schieten als met een terugslagloze buks, maar door het niet zien "inslaan" van de pellet wordt het leven er niet gemakkelijker gemaakt.
Om deze reden hebben veel Field Target-wedstrijden een aparte klasse voor veerbuksen.
De algemene consensus schijnt te zijn dat schutters, die hebben leren schieten met veerbuksen, een beter ingeslepen techniek, en meer rust, in de schotafwikkeling hebben dan mensen die direct met de (meer vergevingsgezinde) persluchtwapens zijn begonnen.
Daarnaast zijn goede veerdrukbuksen, zoals de al eerder genoemde Weihrauch, nog redelijk betaalbaar, en behalve de buks en de richtkijker heb je eigenlijk weinig kosten.
Persluchtgeweren (PCP, voor PreCharged Pneumatics) zijn in beginsel vrijwel terugstootloos, en daardoor beter bruikbaar voor de sport. Het nadeel van persluchtgeweren is dat ze nogal prijzig zijn, en je er allerhande accessoires bij nodig hebt, zoals duikflessen en dergelijke... en als je lucht op is kan je het verder wel schudden. Er zijn ook pompen verkrijgbaar, maar dan moet je 300x pompen om je buks een beetje op druk te krijgen, en ik verzeker je dat dat niet meevalt. Een fietsband hard oppompen is vele malen makkelijker.
Field Target is niet te bedrijven zonder het gebruik van een goede richtkijker, met een stevige vergrotingsfactor en een instelbare opening (scherpstelring). Door middel van de scherpstelring (zie foto rechts) kan de schutter bepalen op welke afstand het doel staat, om vervolgens te bepalen hoe het richtpunt gecorrigeerd dient te worden voor de afstand. Algemeen wordt voor serieuze competitie een 24x vergrotende kijker als minimaal beschouwd, hoewel ondergetekende een paar heel behoorlijke resultaten heeft behaald met een 18x vergrotende kijker.Bij het aanschaffen van richtkijkers voor veerdrukgeweren is het van belang om vast te stellen of een richtkijker geschikt is voor een veerdrukgeweer (spring rifle-rated). Een richtkijker voor vuurwapens is beslist ongeschikt voor veerdrukgeweren.
Andere middelen om de afstand te bepalen, zoals de "laser rangefinders" zijn niet toegestaan.
De klassen
Hierover zijn in de landen om ons heen de reglementen niet allemaal even eenduidig.In Engeland bijvoorbeeld wordt geen onderscheid gemaakt tussen veerbuksen en persluchtgeweren. Dat leidt ertoe dat je, als je serieus competitief wilt meedoen, je toch niet onder een PCP-geweer uitkomt. Een ander aspect van de Engelse situatie is dat -- tenminste op dit moment -- in Engeland het bezit van een luchtgeweer vrij is van een vergunning, mits de maximale mondingsenergie lager is dan 12 ft/lbs (ca 16 joule).
Veel wedstrijden kennen wel een trofee voor de beste veerbuksschutter, maar dat was het dan ook.
In de USA heeft men wel veelal wel een aparte klasse voor veerbuksen. Tevens is in de USA, maar ook in Engeland, een discussie op gang gekomen over het fenomeen dat het voor instappende schutters, die niet over budgetten met vier cijfers voor de komma beschikken, erg moeilijk kan zijn om in deze sport in te stappen. In de USA is er echter weer geen bovengrens voor de mondingsenergie vastgesteld voor luchtbuksen.
De Noren houden zich aan de 12 ft/lbs-grens. Noorwegen kent aparte klasses voor veerdrukbuksen.
De situatie in Zweden en Portugal is vooralsnog onduidelijk, wegens gebrek aan documentatie.
De Nederlandse situatie is moeilijk te vergelijken met de situatie zoals die oorspronkelijk in Engeland en de USA bestond, maar beter te vergelijken met landen die pas in een later stadium in de Field Target-discipline inhaken, zoals Noorwegen, Portugal en met name Duitsland.In Duitsland, het land waar de veerbuks door Diana en met name Weihrauch tot kunst is verheven, zijn zeer veel veerdrukschutters. Door de Duitse WBK-vrije energielimiet van 7.5 Joule is er een groot potentieel aan schutters met materiaal waarvoor een aparte klasse is vereist, de F-klasse, en wanneer deze schutters niet worden gefaciliteerd, zal een snelle groei van de sport niet plaatsvinden.
Die aparte klasse leidt er echter wel toe dat er voor wedstrijden in die klasse belangrijke beperkingen gelden: een 7.5 Joule-luchtbuks houdt op grotere afstanden dan 25 meter simpelweg niet genoeg mondingsenergie over om een klapdoeltje te laten omvallen, en als de wind een rol gaat spelen, waaien de pellets afgeschoten uit zo'n F-klasse-buks ook vrolijk weg. De F-klasse wordt door sommige Duitse schutters beschouwd als een "instapklasse". Een handvol echt fanatieke schutters, die ook in de veerklasse of de open klasse meeschieten, zien de F-klasse toch ook als een uitdaging op zich, maar dat is een minderheid.
Het voordeel van de F-klasse is wel dat het een zeer betaalbare instapklasse is! Een goed veerdrukgeweer, zoals de HW30F, hoeft niet meer te kosten dan €150, en door de kleinere afstanden kan je ook volstaan met een goedkopere (minder vergrotende) richtkijker een 4-12x vergrotende kijker is al genoeg.
Bron: NFTI
Officiële reglementen: DFTA